OPEN DAG EDE
ALS HIJ OPENT KAN NIEMAND SLUITEN, EN ALS HIJ SLUIT OPENT NIEMAND!  Klik hier       
Plaats in winkelmandjeMandje
Geachte meneer Burggraaf,
1. Afgelopen dinsdag (12-09-2006) ben ik op de Open Dag in Ede geweest, een dag die ik bijna elk jaar bezoek en die van ouds bedoeld is als een ontmoetingsdag, een gezelschapsdag, waarop velen van het volk van God in de beginfase ruimschoots aanwezig waren. Jaren achterheen waren er op die dag steeds drie sprekers, te weten: ds. W.J. op' t Hof, ds. W. Roos en ds. K. Veldman, die elk een korte preek hielden en daarna de mondeling en schriftelijk gestelde vragen van geestelijke aard trachtten te beantwoorden, waarbij niet zelden de Geest in de raderen was. Van die dagen ging toen best heel wat uit, ook op andere plaatsen, waar de Heere duidelijk met Zijn Geest werkzaam was. Ook in de pauzes van genoemde Open Dag was/is er een goede gelegenheid voor de onderlinge gesprekken, die ik gedurende de eerste jaren dikwijls als zeer stichtelijk voor mijn eigen geestelijk leven heb ervaren, hoewel ook toen niet alles goud was wat er blonk. Vergeleken met een tiental jaren geleden is de huidige sfeer op de Open Dag in Ede er echter niet geestelijker op geworden. Vroeger hoorde je op die dag nog weleens levende getuigenissen van het oude volk, maar de taal die zich nu allemaal aandiend zit doorgaans een voet te hoog en het ware Leven lijkt schier wel geweken te zijn, ook onder het volk van God. Ook de verandering van Open Dag-sprekers heeft m.i. hier geen goed aangedaan. Och, mocht de Heere aan ons vervullen hetgeen door de profeet Jesaja is opgetekend: "Als de Heere zal afgewassen hebben den drek der dochteren van Sion, en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit derzelver midden, door den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding. En de HEERE zal over alle woning van den berg Sions, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en den glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen", Jes. 4:4-6.

2. Graag zou ik van u een geestelijke reactie willen vernemen over de aangehaalde opmerking van Feike ter Velde: "U moet uw leven aan Christus geven. U moet zelf die stap zetten. Als u het leven niet kiest, hebt u het niet. De klink van de deur zit aan de binnenkant."

vr. gr.
mevr. H.J. v.d. K.


Geachte mevrouw Van der K.,
1. In uw weergave over de Open Dag in Ede kan ik me volledig vinden. Ook ik was een regelmatige bezoeker van die Dag, tenminste in de begintijd. Toen men van sprekers ging veranderen, ben ik er niet zo vaak meer geweest. De laatste 6 jaar is dat ook niet meer mogelijk, aangezien er een plas van zo'n 7000 km tussen ligt. Moge de Heere inderdaad vervullen waarvan u blijk geeft met de aangehaalde tekstwoorden uit Jesaja 4. Ja, velen van Gods volk zitten wenend te Babel en hebben de harpen aan de wilgen gehangen, want Gods heiligdommen zijn verwoest, de Geest is bijkans geweken uit de kerken en daar helpt geen preken meer aan. Als er Eén terugkomt, zal God het moeten zijn, want van onze kant is er geen enkele verwachting, alle Open Dag / HHK / SRA / activiteiten ten spijt en ook ten spijt van het groeiende aantal 'avondmaalgangers' in Ger. Gem. kringen.

2. Volgens het persbericht in het RD over de Open Dag in Ede (zie bovenstaande link Klik hier) heeft ds. K. Veldman op de bewuste dag op de opmerking van Feike ter Velde naar mijn mening al een afdoend antwoord gegeven. Bovendien, als Ter Velde meent dat wij God nog wat te bieden hebben, 'in het geven van ons leven', dan mag ik toch zeggen dat ik een ander Leven heb leren kennen, aangezien ik de Heere niets anders te bieden had/heb dan mijn welverdiende dood en doem.
Ten tweede suggereert Ter Velde dat 'wij zelf de stap moeten zetten'.
Welke stap? Naar God toe? Wij hébben de stap reeds in Genesis 3 gezet, namelijk van God af, opzettelijk(!), OM NOOIT MEER TOT GOD TERUG TE KEREN. Dat is ook onmogelijk, want het paradijs is definitief afgesloten door het vlammend zwaard des Heeren. De mogelijkheid dat wij zelf ooit de stap naar God in Christus zouden kunnen maken, is definitief uitgesloten door onze diepe val in Adam, waarmee wij de fatale stap ten dode hebben gemaakt. Hebt u trouwens ooit gehoord dat -behalve Christus- een dode uit zichzelf uit zijn graf opstond? Lichamelijk behoort dat al tot de onmogelijkheden, laat staan geestelijk. Doden opwekken -zowel lichamelijk als geestelijk- is een soevereine daad Gods. "Doden zullen horen, de stem van de Zoon van God. En die ze gehoord hebben zullen leven", Joh. 5:25. Bovendien heeft God Zelf de onmogelijkheid van 's mensen zijde om ooit nog tot God te komen geopenbaard door Zijn Zoon naar deze wereld te zenden, om het onmogelijke te doen, namelijk om de geschonden deugden te herstellen, de Wet te vervullen en te zoeken en zalig te maken dat verloren was. Stel dat wij de stap zouden kunnen zetten tot onze zaligheid, door ons leven aan Christus te geven, dan had Christus -met eerbied gesproken- wel in de hemel kunnen blijven en Zijn Leven niet hoeven af te leggen, want dan zou Zijn Offer overbodig geweest zijn. Gelukkig heeft God de zaligheid alleen uitgedacht, want van 's mensen zijde is alle mogelijkheid op herstel ten enen male afgesneden en uitgesloten. Niet wij, maar Christus heeft Zijn Leven aan de Zijnen gegeven, zowel voorwerpelijk van eeuwigheid als onderwerpelijk in de tijd, omdat ook de uitverkorenen in een totale doodstaat zijn gevallen en net als alle mensen het oordeel van de drievoudige dood op zich geladen hebben.
De oproep van dhr. Ter Velde om zelf de stap ten leven te zetten, komt voort uit de dood en eindigt in de eeuwige rampzaligheid, als God het niet komt te verhoeden.
Ter Velde's tweede zielsmisleidende suggestie: "Als u het leven niet kiest, hebt u het niet", is een dodelijke verdraaiing van de waarheid van het Evangelie en die dat doen, doen dat tot hun eigen verderf, zegt Petrus in zijn tweede zendbrief, hoofdstuk 3:16. Immers, 's mensen keuze is reeds in het paradijs gedaan, zoals we hebben aangetoond, en de onberouwelijke keuze van Gods volk, waar ook ds. Veldman op doelt, is 'slechts' een vrucht van de uitverkiezende liefde Gods in Christus in de toepassing des harten. Dus als vrucht van de geestelijke opstanding uit de doden door en in Christus, zoals we dat ook bij Maria kunnen zien, die het goede Deel had uitgekozen, NADAT zij door Christus verlost was van zeven duivelen en door Hem was levendgemaakt en met Zijn gerechtigheid was bekleed.
Mensen die zeggen 'de keuze' te hebben gemaakt, zonder dat zij verslag kunnen geven van hun rechtvaardigmaking en geloofsvereniging met Christus, zijn zonder enige uitzondering dwaze maagden en rijke jongelingen, die met de rijke man hun ogen zullen opslaan in de eeuwige pijn, als zij in hun doodstaat blijven (volharden).
Tenslotte maakt dhr. Ter Velde nog een laatste zielsbedrieglijke opmerking: "De klink van de deur zit aan de binnenkant."
Hiermee suggereert Ter Velde alsof de mens zelf in staat is om de deur open te doen. Daarmee suggereert hij dat de mens in staat is om de Enge Poort zelf te openen en derhalve de Deur, Christus, zelf in beweging te zetten. Ja, de natuurlijke en godsdienstige mens is altijd in beweging om als God te willen zijn, hetgeen Ter Velde ook duidelijk bewijst te willen zijn. Een rottend lijk en/of klapperend geraamte, is dus -volgens Ter Velde- in staat om zijn arm uit te steken en de steen van zijn graf af te wentelen, om vervolgens uit zijn graf op te staan, waarbij Jezus dan mag toekijken. Ik kan me geen rampzaliger voorstelling van zaken indenken dan de zielsbedriegelijke jan-klaassen voorstelling van dhr. Feike ter Velde. De arminiaanse en pelagiaanse voorstelling van zaken zoals dhr. Ter Velde ten beste geeft, is echter niet nieuw en wordt ook in 'kerkelijk herstelde kringen geleerd. Om de waarheid recht te doen zal Ik u een citaat doorgeven uit mijn boek: "Het Water des Levens", dan kunt u zich ervan vergewissen hoe ver sommige 'herstelde broeders' reeds op weg naar Rome zijn.

Citaat uit: "Het Water des Levens"
"De heer K. van der Zwaag citeert ook ds. W. Pieters op pagina 5 van zijn ‘Handouts’ uitgegeven op het Symposium De Doelen op 25 oktober 2003 te Rotterdam. Ik haal het betreffende citaat in dit hoofdstuk aan, omdat de ongereformeerde leer van deze predikant door dr. K. van der Zwaag in het kader geplaatst wordt van de gereformeerde traditie. Van der Zwaag geeft hiermee wel duidelijk zijn diep geestelijke onkunde te kennen. Het gaat me niet om personen, ook niet om een dominee, maar om de zaak!
Ds. W. Pieters: “Wanneer we als predikers geen dode, onbekeerde, onwedergeboren luisteraars in de weg der middelen aan het werk zouden mogen zetten, kunnen we het preken wel vergeten.”
Mijn advies: “Vergeet het preken dan maar voorgoed, want het is boerenbedrog!”
Ds. W. Pieters schakelt namelijk de werkende mens -t.a.v. de toe-eigening van het heil- in, maar als de Heilige Geest zaligmakend werkt, schakelt Hij de mens met al zijn werkzaamheden uit, want God is een God Die het ganse werk der zaligheid alléén doet.
Wat men tegenwoordig allemaal onder de noemer ‘gereformeerd’ durft te scharen, daarvoor zou zelfs de paus zich wegschamen. Dat valse lijdelijkheid zeer gevaarlijk is voor de ziel, heb ik reeds door voorbeelden bevestigd, maar de gedachte dat God werkt in het verlengde van onze werkzaamheden, is remonstrantisme van het ergste soort en daarom absoluut verwerpelijk. De separatie ten aanzien van de ‘vals lijdelijke’ en de ‘vleselijk werkzame’ mens ligt messcherp. Enerzijds wordt de mens aangezegd om zijn zaligheid te zoeken, maar anderzijds snijdt God al ons zoeken af om door Hem gevonden te worden.
Als er in het Woord staat: “Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden”, zijn wij altijd te láát om Hem vroeg te gaan zoeken! Of u niet? Ik wel, ik was te laat en voor mij was het verloren, voor eeuwig! Er is er namelijk maar Eén die vroeg (al van eeuwigheid) zondaren zoekt te behouden en dat is Christus Zélf! Dat is de reden waarom ik behouden werd, namelijk uit vrije gunst die eeuwig Gód bewoog! O, verloren zondaren, er is behoudenis in het bloed des Lams! Blijf maar liggen zoals de 38-jarige kranke, die geen mens had en als een lijdelijk stuk wanhoop terneer lag... Hij komt... ja.., Hij komt! Om wedergeboren te worden kan de mens zich niet inspannen wat tot zijn wedergeboorte bijdraagt, want het eigenlijke werk komt van boven naar beneden. De Geest is het Die levend maakt, het vlees is niet nut (Joh. 6:63). Het feit dat de ziel in zijn oordeel op zijn knieën door het stof kruipt, is zeker niet het gevolg van de oproep van betreffende dominee om de handen eens flink uit de mouwen te steken. Door dit soort werkheilige oproepen gebeurt er gewoon NIETS!
Ds. W. Pieters maakt God afhankelijk van menselijke inspanningen. Hij schrijft immers: ‘God doet niets, tenzij de mens aan het werk gaat.”
U ziet, het arminiaanse geraamte uit de tijd van ds. W. Huntington is nog springlevend, zelfs in ‘bevindelijke’ kringen.
U zegt: Moet de mens het dan maar lijdelijk afwachten?
Dat moet niet, maar het is wel de praktijk van ieder mens van nature! En áls de mens door de Heilige Geest werkzaam gemaakt is ten aanzien van de zaligheid, komt dat niet voort uit zijn gehoor geven aan een arminiaanse oproep om de hand aan de ploeg te slaan. In de fase van overtuiging zal Gód Zijn volk voeren met smeking en geween, maar dat is heel wat anders dan de handen uit de mouwen steken om de zaligheid deelachtig te worden. Dat betekent niet dat we niet mogen bidden óm de zaligheid. Juist wel, maar als we maar niet denken dat ons bidden bijdraagt tot onze zaligheid, of er enig deel van uitmaakt, want dan beseffen we onze verloren en rechteloze staat niet die we voor God hebben. Gods Woord veroordeelt (rechtzinnige) onverschilligheid ten aanzien van de zaligheid, maar anderzijds vormen rijke-jongelings-werkzaamheden echt geen ticket voor de enge poort. Daar komen alleen ‘lijken’ met een hemelhoge schuld doorheen om er in de Poort juridisch van verlost te worden aan de voet van het kruis. Daar komen lijken tot leven en staan met Christus op uit hun zondegraf.
Als we onder de prediking van het Evangelie zitten, is valse lijdelijkheid altijd een verdoemelijke hoogmoed, maar rijke-jongelings werkzaamheden zijn eveneens verdoemelijk. Van nature kunnen wij echter niets anders dan óf fatalisme óf rijke-jongelings werkzaamheden aan de dag leggen, meer niet. Alles wat uit het geloof echter niet is, is zonde! Een natuurlijk mens, die nog niet aan de totale verharding is overgegeven, zal door de ingeschapen Godskennis nog enig gevoel hebben van Gods majesteit en met een vreze bedeeld zijn. Dat is in zeker opzicht nog een bepaald voorrecht, maar dat voorrecht zal net zolang tegen ons getuigen, totdat wij met God verzoend zijn. Een sprekend geweten is niet iets waarmee de mens kan werken. Daarentegen áls wij onbekeerd blijven, zal het eeuwig in ons aangezicht slaan dat we op zo’n grote zaligheid geen acht hebben geslagen.
De toe-eigening van het heil zou volgens ds. W. Pieters bestaan uit honderd procent genade en honderd procent mensenwerk. Dat is volslagen remonstrants en dus ongereformeerd. De toe-eigening van het heil is voor honderd procent het werk van de Heilige Geest. Daar is niets van de mens bij. Een mens wordt er wel bij betrokken, maar als een buitenstaander met afgekapte handen en benen. Velen (waaronder ook ds. Pieters) kunnen uiterst rechts zijn in hun belijdenis, maar als het over de toepassing van het heil gaat, scheiden de wegen, om de eenvoudige reden dat genoemde belijders leren ván het oordeel verlost te zijn, maar Gods ware volk wordt ín het oordeel verlost. Het eerste gaat buiten het recht om en het laatste geschiedt door recht! Ook is mij meermalen opgevallen dat de godsdienst van dode calvinisten alleen bestaat uit het hebben/preken/schrijven van ‘standpunten’ waartegen niets in te brengen is. Bovendien hebben zij ‘de waarheid’ bij anderen gestolen en ploegen met andermans kalf. Ook dat boek heb ik uit, want de letter doodt! Het leven uit en door Christus houdt heel wat anders in dan het hebben van standpunten.
Als God belang heeft bij onze zaligheid, brandt Hij onze vieze en werkheilige vingers er schoon tussenuit. Van nature zitten wij zonder onderscheid met onze armen over elkaar en hebben aan de kennis van Gods wegen geen enkele lust en van de zonden geen last. Gód heeft lust om zondaren zalig te maken, anders werd er niet ééntje gered. Degenen die God bekeert, worden aan hun doodstaat ontdekt en door de eis van bekering en geloof in het stof des doods gelegd. Door de eis van het gebod wordt de mens zijn onwil en onmacht gewaar, zodat hij als een hulpeloos verloren schepsel openbaar komt. Door de bliksem van de Wet getroffen, ligt hij terneer op het vlakke des velds, vertreden in zijn geboortebloed. Dat is evenwel geen zaak om onverschillig en fatalistisch over te praten, want anders staat het te vrezen dat we een toegeschroeide consciëntie hebben en definitief tot het Kaïnsgeslacht behoren.
Een sprekend geweten is geen bewegende kracht of oorzaak dat de mens van nature overgaat tot het ‘gelovig verwachten’ omtrent zijn zaligheid. Dat feit komt ook openbaar in het leven van de Samaritaanse vrouw. Wat heeft de Samaritaanse vrouw aan het zoeken van haar zaligheid gedaan? Immers NIKS! Zij bedelde niet, zij zocht niet, zij was dus ook niet in verwachting omtrent haar zaligheid, hoewel zij geen toegeschroeid geweten had ten aanzien van de zaligheid. Afgezien van het feit dat die Samaritaanse vrouw de zaligheid zich niet kon toe-eigenen, eenvoudig vanwege het feit dat Christus Zich nog niet aan haar geopenbaard had, wist ze één ding met zekerheid, namelijk dat ze een vervloekte was. Maar de wetenschap een vervloekte te zijn is niet genoeg, het moet een beleefde werkelijkheid worden en dan nóg is overtuiging geen overbuiging. Toen Christus de Wet deed inkomen bij de Samaritaanse vrouw en het goddelijke arrestatiebevel haar presenteerde, werd zij aan de verdoemelijkheid van haar bestaan ontdekt en door de bliksem van Gods Wet zodanig getroffen, dat zij voorgoed was uitgeredeneerd. Christus openbaart Zich namelijk alleen aan stukken brandhout voor de hel." (Einde citaat). Amen.

Beste mevrouw, ik wil het hierbij laten en ik hoop dat ik enigzins aan uw verzoek heb kunnen voldoen, aangezien mijn schrijven niet het einde is van alle tegenspraak, want dat is Gods Woord alleen!

Gode bevolen,
GPPB.

Brief aan Filadelfia
"En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die den sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent: Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend. Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb. Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen. Zie, Ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam. Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt", Openb. 3:7-13.


http://www.derokendevlaswiek.nl