OP REKENING VAN...
OP REKENING VAN HET GELOOF        
Plaats in winkelmandjeMandje
Note: Tussen het dogmatische begrippenapparaat over de heilsorde en de geloofsbevinding ervan staat geen is-gelijk-teken.

Een inzender vraagt:
Naar aanleiding van het ingezonden stuk: "HERVORMING 31-10-2006" rees bij mij de vraag op hoe we de uitdrukking: "de rechtvaardiging van de goddeloze" moeten verstaan. Ik ben het geheel met u eens dat God niet de gelovige rechtvaardigt, niet de wedergeborene, zoals de Ger. Gem. dat leert, maar de goddeloze, namelijk die in Romeinen 5:6 genoemd worden. Of zie ik het verkeerd? Hoe moeten we de verhouding zien tussen de inwendige roeping en de rechtvaardiging door het geloof? Is er sprake van 'zaligmakende werkingen voor de rechtvaardigmaking', zoals we soms in de 17e eeuwse theologie aantreffen? Mijns inziens niet en als ik u goed versta ook niet in uw verstaan der Schrift. Graag een en ander toegelicht.


Geachte inzender,
U ziet het goed, want de goddelozen die God rechtvaardigt in de tijd zijn uitsluitend de nog onverzoende goddelozen waarvoor Christus te Zijner tijd al is gestorven (Rom. 5:6). God rechtvaardigt niet op grond van het geloof, maar op grond van het bloed en de gerechtigheid van Christus. Het geloof bewerkt de schenking van Christus en Zijn gerechtigheid niet, maar neemt die aan. De rechtvaardigmaking is geen daad van het geloof, maar een eenzijdige daad van God. Vanzelfsprekend zijn alleen diegenen rechtvaardig voor God die Christus door een waar geloof hebben aangenomen. Immers, nooit zal God Christus en Zijn gerechtigheid wegschenken zonder het geloof in het hart des zondaars te ontsteken door de Heilige Geest. De openbaring van Christus, ofwel de inwendige roeping, geschiedt echter niet omdat ik geloof, maar doét mij geloven. De bijbelse orde is nog altijd schenking en aanneming. Ik mag het Gode zij dank weten uit mijn eigen leven. Met de schenking van Christus (= inwendige roeping, = de vergeving der zonden), kreeg ik ook het geloof. Daarin had ik zelf niets te zeggen. Christus is ONGEVRAAGD binnengekomen, in mijn GODDELOZE hart en toen Hij in mijn ter helle varende ziel van vrede sprak moest ik het van blijdschap wel geloven. Ik ben niet zalig geworden omdat ik zo gelovig was, nee, nee, en nog eens nee! Ik was EEN BROK ONGELOOF. Maar Christus heeft de macht van mijn duivels ongeloof op Zijn spreken gebroken, ja, zo ben ik, goddeloze, tot geloof in Hem gekomen, op grond van Romeinen 5:6. En het wonder van de vergeving der zonden wordt steeds groter, want de Heere blijft maar doorgaan met bevestigen wat Hij ooit in Christus in de hel van mijn bestaan gedaan heeft, maar wel steeds in de onmogelijkheid van mijn vleselijke bestaan, ondanks mijn ongeloof. Ik kan het nooit klein krijgen, nee, want God is groot en ik begrijp Hem niet. Ik hoop het nooit te begrijpen, want God laat Zich alleen maar bewonderen en aanbidden. Amen!

Er is dus geen rechtvaardigmaking zonder geloof, ook geen geloof dat in tijd volgt op de rechtvaardigmaking. God rechtvaardigt de goddeloze, niet omdat Hij geloof ziet, maar omdat Hij Bloed ziet, en Hij schenkt het geloof er gratis bij, niet als toegift, maar als middel van deelachtmaking, puur omdat God nooit de goddeloze rechtvaardigt zonder de gave des geloofs erbij te schenken. De inwendige roeping is wel dogmatisch onderscheiden van de rechtvaardigmaking, zoals ook van de wedergeboorte, maar is inhoudelijk niet iets ánders dan de rechtvaardigmaking en de vergeving der zonden. Ik zal maar niet aantonen waarin de 17e eeuwse theologanten zichzelf tegenspreken op dit punt, want dan ben ik de eerste 10 jaar nog niet klaar. Het subtiele van de scholastiek heb ik niet 1-2-3 onder ogen gezien, ook niet direct na ontvangen genade, maar na jaren van strijd en worsteling. ER IS GEEN GEESTELIJK LEVEN VOOR DE RECHTVAARDIGMAKING. Die dat wel leren doen aan habitaanse filosofie en daaraan hebben heel wat gereformeerde theologen zich schuldig gemaakt, met name Voetius en Comrie. De inwendige roeping, ofwel de stem van de Zoon van God die doden tot leven roept (Joh. 5:25) IS de vergeving der zonden, IS de rechtvaardigmaking. Op welk tijdstip ontving bijv. de blindgeborene vergeving der zonden? Ik zal het u zeggen: in Johannes 9:37 en vers 38 (zijn geloof) wordt er in één adem bij genoemd. Ziet u de orde? Op het spreken van Christus kwam de blindgeborene tot het geloof en zo gaat het bij al Gods kinderen, en ook in het leven van alle bijbelheiligen, ook als het er in details niet altijd bij vermeld staat. God zet de rechtvaardigheid Christi evenwel op rekening van het geloof der Zijnen, omdat de gerechtigheid van Christus de zondaar wordt toegerekend, alsof hij zélf volkomen voor de zonde had betaald. Dat betekent niet dat de daadwerkelijke vrijspraak een vrucht is van het geloof, nee, het is precies andersom, of liever gezegd: de vrijspraak doet de Kerk geloven. Het doorgaande inwendig getuigenis des Geestes, die op het eerste inwendige getuigenis des Geestes, ofwel op de inwendige roeping volgt, is een bevestiging, ofwel een nadere ontwikkeling van hetgeen wij in Christus hebben. God rekent dus anders dan de 17e eeuwse scholastiek ons wil doen geloven. God spreekt voor het geloof een andere taal dan de begripstaal van de scholastiek met het verstand wil bevatten. God is Het Die rechtvaardig maakt, maar Hij zet de rechtvaardigheid Christi op rekening van het geloof, nogmaals alsof ik ZELF alle gerechtigheid had vervuld. De scholastiek slaat echter aan het rekenen, ja, en dan krijg je eerst dit en dan dat, maar God spréékt en het is er, wat? Antw: Christus het Licht, de vrijspraak en het geloof, in een punt des tijds. God sprak: "Er zij licht, en? ER WAS LICHT! Zo gaat het ook in de herschepping. God spreekt: "Leef in uw bloede, ja leef", en? ER IS LEVEN, VERGEVING, VREDE EN GELOOF. God rechtvaardigt geen gelovige bedelaars, dat laten we aan Rome over. God rechtvaardigt goddelozen ten léven, want de rechtvaardigmaking is ten leven (Rom. 5:18) en niet een gevolg ervan. De 17e eeuwse theologen hebben zich duidelijk aan scholastiek schuldig gemaakt en daarvan is zelfs Calvijn niet geheel van verschoond. Heel de godsdienstige wereld leest Calvijn, maar Christus vraagt aan de wetgeleerde: "HOE LEEST GIJ?" Van de tien Calvijn-lezers worden er steeds 20 nieuwe visies bij geboren. De verwarring ten top! Filippus vroeg de Moorman: "Verstaat gij ook hetgeen gij leest?" Dat wordt niet van het lezen van Calvijn gevraagd, maar van Gods Woord ALLEEN. Amen.

Hartelijke groet,

GPPB.


http://www.derokendevlaswiek.nl