SLOOPHAMERS
SLOOPHAMERS SLAAN DWARS DOOR REFOZUIL        
Plaats in winkelmandjeMandje
In een RD-artikel van 19 december 2005, onder de titel "Gedachtegoed" erkent ir. P.M. Murre, manager van de lerarenopleiding Voortgezet Onderwijs aan de Driestar educatief te Gouda, ruiterlijk dat de reformatorische zuil lijkt op een oude bouwvallige toren, waar de eerste de beste sloophamer dwars doorheen slaat.

Dat de refozuil steeds meer stenen verliest ziet dhr. Murre met lede ogen aan. Murre: "We zijn als zuil niet goed in het omgaan met verschillen. Verschillen in en tussen kerken. Verschillen in en tussen scholen. Verschillen in en tussen politieke partijen. Verschillen tussen de zuil en de buitenwereld. Verschillen in en tussen gezinnen, groepen burgers. Verschillen zijn er altijd geweest, maar het begint een gewoonte te worden dat de een de ander de tent uitknokt", aldus Murre.
Dat de refozuil teloor gaat, vindt dhr. Murre betreurenswaardig, vervelend, lastig en zelfs een vloek. Murre wijt het feit aan het niet goed met elkaar omgaan. Een kenmerk van een goede omgang met de verschillen bestaat in eerst te begrijpen en dan pas begrepen willen worden, vindt Murre.

De laatste opmerking van Murre is prijzenswaardig als het gaat om de intermenselijke verhoudingen in bijbels licht. Immers, in dit licht komt de vraag naar voren: "Wie is mijn naaste?" Daarvan mogen we niemand uitsluiten en dan moeten we onze naaste medemens behandelen als schepsel Gods met een onsterfelijke ziel voor de eeuwigheid. Dat wil echter niet zeggen dat bij het omgaan van onze naaste altijd de liefde voorop staat, want dan zouden we de waarheid te kort doen, hoewel de liefde altijd wel de drijfveer moet zijn, met dien verstande dat de liefde tot onze medemens nooit ten koste mag gaan van de liefde tot God.

Er bestaan echter twee soorten van liefden, namelijk de natuurlijke liefde en de liefde uit God, ofwel de liefde van Christus. De natuurlijke liefde is een groot goed. Waar mensen elkaar liefhebben, betekent dat ze elkaar trouw zijn. Dat geldt speciaal in het huwelijksleven, maar ook in de onderlinge verhoudingen. Als oudsoldaat weet ik dat soldatentrouw een 'must' is om als legeronderdeel effectief te kunnen functioneren, speciaal in een oorlogssituatie. Nogmaals, de natuurlijke liefde/trouw is een groot goed, maar het wordt in onze dagen node gemist, vanwege het egocentrische en verlichte denken van onze moderne eeuw. En als we het Schriftgegeven bedenken dat ons zegt dat in het laatste der dagen de liefde van velen zal verkouden, weten we in wat voor tijd we leven, tenminste als we onze ogen nog een beetje open hebben, zowel naar binnen als naar buiten. Tot zover gaat het echter om de natuurlijke liefde, maar die liefde houdt met de dood op te bestaan.

Als het gaat over de Goddelijke liefde die in de harten der gelovigen is uitgestort, is die liefde allereerst op God gericht en vervolgens op onze naaste. De Goddelijke liefde leert dat we verdragen moeten als we benadeeld worden, niet weder moeten schelden als we gescholden worden, de rok moeten geven met de mantel erbij, barmhartig moeten zijn en zelfs onze vijanden lief moeten hebben. Dat leert de liefde uit God, maar wat de liefde uit God NIET leert dat we lief moeten hebben ten koste van Gods eer. Het tegendeel wordt in onze dagen echter onder allerlei vrome dekmantels in de meest rechtzinnige kringen geleerd en gepropageerd. Ook het artikel van dhr. Murre staat in dit kader. Het artikel van de Driestar-manager, Murre, heeft een sterk humanistisch karakter, maar humanisme heeft in de grond der zaak niets, maar dan ook niets te maken met het christelijk geloof. Het is er zelfs een vijand van, vanwege het feit dat 'de liefde' tot de naaste boven de liefde tot God verheven wordt, zelfs zodanig, dat de liefde tot God geheel niet in aanmerking komt. Humanisme is een valse godsdienst en het is ook de meest Gode vijandige godsdienst. Murre zegt ware dingen en erkent ook de ondeugdelijkheid van de refozuil, maar hij komt met (humanistische) oplossingen aandragen die met de Verlossing in Christus Jezus niets te maken hebben. Op een humanistische wijze omgaan met verschillen heeft Gods goedkeuring niet, omdat het niet geschiedt door het geloof dat door de liefde is werkende. Humanisme wil ook niet weten van de ere Gods, omdat het zich alleen op een horizontale manier beweegt en van het goddelijke verticale niet weten wil. Men neemt de eer van elkander aan en over Gods eer wordt niet gerept, laat staan dat men er van wakker ligt. Als de ere Gods in het geding is, mag Gods volk niet zwijgen om de lieve vrede wil. Onze vaderen hebben pal gestaan voor de waarheid van Gods Woord en goed en bloed over gehad om de rechten Gods te verdedigen, ook in tijden van vervolging. Dat hoeft zo nu niet meer, tenminste als we de huidige 'reformatorische' stemmen op dit gebied moeten geloven. Volgens de huidige (zelfs zwaar bevindelijke) kerkelijke en 'christelijke' politieke opinie moeten we lief en aardig voor elkaar zijn, iedereen in zijn waarde laten, wat men ook gelooft, of wat men ook verloochent, wat men ook bedrijft van homofilie tot abortus toe. Het feit dat NHK-predikanten PKN-predikant geworden zijn wordt op schier alle fronten gerechtvaardigd, maar dat Gods Naam gelasterd wordt als door hun toedoen hele gemeenten vaneen gescheurd zijn en/of overgeleverd zijn aan een valse kerk, alias de PKN, telt dat niet meer mee en het scheelt blijkbaar geen mens. Iedereen mag geloven wat hij/zij wil en ook uitdragen. Er mag niets van gezegd worden, tenminste niet in het kader van de absoluutheid van Wet en Evangelie, want dan blijft er van de vrome mens met zijn goede bedoelingen niets meer over. Als het gaat om het getuigenis der waarheid in de vreze Gods, dan moet gezegd worden wat God wil dat er gezegd moet worden, of de mensen dat goed vinden of dat ze barsten van woede, dat heeft op de inhoud en het gezag van het bijbels getuigenis geen enkele invloed. En als we gelasterd worden omdat we slechts doen wat we schuldig zijn te doen, als een onnutte dienstknecht, moeten we ons daarover niet verwonderen, alsof ons iets vreemds overkomt, zegt Petrus. Ach, het zijn enkel medailles en ik verwonder me steeds in het groeiende aantal decoraties die ik van gereformeerd bevindelijke zijde opgespiest krijg. Soms weet ik geen raad met al dat eerbetoon! Och, het zijn maar speldeprikjes. Immers, Christus heeft de grootste klappen van de meest zwaar bevindelijke dominees gekregen en de allergrootste klap (het Goddelijke wraakzwaard) opgevangen in Zijn liefdeshart om de kleinen (de Zijnen) vrijuit te laten gaan. "Ze hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten, ja, gij zult van ALLEN gehaat worden", zegt Christus tot de Zijnen, want een dienstknecht is niet meerder dan Zijn Heer.

De humanistische tendens binnen de gereformeerde gezindte, tot in de meest rechtse kringen, vermenigvuldigt met de dag en openbaart zich onder allerlei vrome dekmantels. Preekstoelen worden steekstoelen als de waarheid een 'gereformatoriseerde' leugen dreigt te ontmaskeren. Het is alles reeds voorzegd. De vrome mens wil van nature ge-eerd en bekeerd door het leven gaan, maar trap niet op vrome tenen, want dat barst er een adder uit (Jes. 59:5). God echter, heeft en houdt overal Zijn geroepen 'sloophamers' (Jes. 41:15), die het snode van het kostelijke moeten onderscheiden, ook bij zichzelf, en daar hoort dan vanzelf ook het artikel van dhr. Murre bij, ten spijt van Murre's antipatie tegen dergelijke sloophamers. Bij deze en graag gedaan, omwille van de eer van Christus. "Och, of gij heden bekende..."

GPPB.


http://www.derokendevlaswiek.nl